Hoofdstuk 5 – Deel 1
Hoofdstuk 5 – Deel 1
Maandagochtend.
Nog vóór de wekker afliep, was Milan wakker.
Hij bleef een tijdje naar het plafond staren.
In zijn hoofd draaiden dezelfde beelden rond als de avond ervoor.
De zwart-witfoto.
De wegwijzer.
De ansichtkaart.
Het park.
En vooral dat ene woord.
Sint-Luciahuis.
Hij had het de vorige avond zo vaak gelezen dat het vreemd begon te klinken. Alsof het geen naam meer was, maar een raadsel.
Hoe kon een gebouw dat ooit zo groot was geweest, verdwijnen zonder dat bijna niemand er nog over sprak?
Niet alleen afgebroken.
Vergeten.
Dat verschil bleef aan hem knagen.
Beneden was zijn moeder al bezig met het ontbijt.
De geur van geroosterd brood vulde de keuken.
Zijn vader zat met een kop koffie de krant te lezen.
Tenminste…
Hij hield de krant vast.
Zijn ogen bleven al minutenlang op dezelfde bladzijde rusten.
“Morgen.”
“Morgen,” antwoordde Milan.
Zijn moeder zette een bord voor hem neer.
“Je bent vroeg.”
“Kon niet meer slapen.”
Zijn vader keek eindelijk op.
“Veel aan je hoofd?”
Milan glimlachte flauwtjes.
“Dat kun je wel zeggen.”
Thomas knikte langzaam.
Hij hoefde niet te vragen waarom.
Dat maakte het ergens nog ingewikkelder.
Tijdens het ontbijt bleef het opvallend stil.
Normaal vertelde zijn moeder wel iets over een klant in de bakkerij of maakte zijn vader een grap over het verkeer richting de stad.
Vandaag hoorde Milan alleen het zachte tikken van de keukenklok.
Tik.
Tak.
Tik.
Tak.
Hij legde zijn boterham neer.
“Papa?”
Thomas keek op.
“Ja?”
“Heb jij ooit van het Sint-Luciahuis gehoord?”
Heel even leek de tijd stil te vallen.
Zijn moeder stopte midden in haar beweging.
Het mes waarmee ze jam op een boterham smeerde, bleef in de lucht hangen.
Thomas zette langzaam zijn koffiekop neer.
Niet hard.
Bijna geruisloos.
“Waar heb je die naam gehoord?”
Zijn stem klonk vriendelijk.
Maar Milan hoorde onmiddellijk dat hij behoedzaam werd.
“In de boekhandel.”
Dat was niet helemaal gelogen.
“Bij Walter.”
Zijn vader knikte.
“Dat dacht ik al.”
“Kent u het dan?”
Thomas keek even naar zijn vrouw.
Zij keek terug.
Geen woorden.
Alleen die blik die Milan de laatste dagen steeds vaker zag.
Alsof hele gesprekken tussen hen plaatsvonden zonder dat ze iets hoefden te zeggen.
“Het stond vroeger aan de rand van het dorp.”
“Meer niet?”
“Meer weet bijna niemand nog.”
Milan fronste.
“Of meer wil bijna niemand vertellen?”
Zijn vader glimlachte zwak.
“Je begint moeilijke vragen te stellen.”
“Ik krijg alleen maar moeilijke antwoorden.”
Tot zijn verbazing schoot Thomas zacht in de lach.
“Dat heb je van Walter geleerd.”
Zelfs Milans moeder glimlachte.
“Dat is niet per se een slechte invloed.”
Thomas stond op.
Hij liep naar het keukenraam.
Buiten kleurde de ochtend langzaam goud.
Kinderen fietsten naar school.
Een bus reed voorbij.
Het gewone leven ging onverstoorbaar verder.
“Luister eens, Milan.”
Zijn vader draaide zich om.
“Als je iets over het Sint-Luciahuis wilt weten…”
Hij aarzelde.
“…ga dan niet beginnen op internet.”
“Dat had ik al gemerkt.”
“De meeste dingen vind je daar niet.”
“Waarom niet?”
Thomas keek even naar buiten voordat hij antwoord gaf.
“Omdat niet alles wat verdwijnt, per ongeluk verdwijnt.”
Die zin bleef even in de keuken hangen.
Zijn moeder keek haar man kort aan.
Alsof hij misschien al iets te veel had gezegd.
Thomas leek dat zelf ook te beseffen.
Hij schraapte zijn keel.
“De bibliotheek heeft oude kranten.”
Hij pakte zijn autosleutels van het aanrecht.
“Als er nog antwoorden zijn…”
Hij glimlachte voorzichtig.
“…dan liggen die waarschijnlijk tussen vergeelde bladzijden.”
Hij gaf Milan een kort tikje tegen zijn schouder.
“Succes.”
Daarna vertrok hij naar zijn werk.
De voordeur viel zacht in het slot.
Zijn moeder bleef achter met twee halflege koffiekoppen.
Ze begon de tafel af te ruimen.
“Papa wist meer dan hij vertelde.”
Ze bleef even met haar rug naar Milan staan.
“Ja.”
“U ook.”
Ze legde langzaam een bord in de gootsteen.
“Weet je wat het moeilijke is?”
Milan schudde zijn hoofd.
“Dat mensen soms zwijgen omdat ze bang zijn.”
“Waarvoor?”
Zijn moeder draaide zich om.
Niet verdrietig.
Eerder vermoeid.
“Dat iemand opnieuw dezelfde fouten maakt.”
Milan dacht aan Walter.
Aan de burgemeester.
Aan Clara.
Iedereen leek bang voor iets dat al lang geleden gebeurd was.
“Is dat ook waarom niemand over Anna praat?”
Zijn moeder verstijfde nauwelijks zichtbaar.
Net genoeg om het hem te laten opmerken.
Ze pakte een theedoek.
Veegde haar handen af.
En keek hem toen recht aan.
“Wie heeft je over Anna verteld?”
“Walter niet.”
Dat was waar.
“Ik heb haar naam op een foto gezien.”
Zijn moeder sloot heel even haar ogen.
“Ze had een prachtige lach.”
Meer zei ze niet.
Maar de manier waarop ze het uitsprak, vertelde Milan dat zijn moeder Anna echt had gekend.
Niet uit verhalen.
Persoonlijk.
“Was ze familie?”
Zijn moeder schudde haar hoofd.
“Nee.”
“Een vriendin?”
Heel langzaam verscheen er een glimlach.
“Voor sommigen was ze veel meer dan dat.”
Voor hij nog iets kon vragen, ging de deurbel.
Twee korte tonen.
Zijn moeder keek op de klok.
“Dat zal de post zijn.”
Ze liep naar de voordeur.
Milan bleef in de keuken zitten.
Hij hoorde stemmen.
Een paar woorden.
Daarna viel de deur weer dicht.
Zijn moeder kwam terug met slechts één envelop in haar hand.
Ze keek er nauwelijks naar.
“Alleen reclame.”
Ze legde de envelop op het aanrecht.
Maar terwijl ze zich omdraaide, zag Milan iets wat haar blijkbaar ontgaan was.
Linksboven.
Heel klein.
In goud.
Een ster.
Hij voelde zijn hart onmiddellijk sneller slaan.
Zijn moeder had de envelop nog niet opgemerkt.
Milan keek zwijgend naar het bekende symbool.
En besefte dat de volgende kaart misschien al dichterbij was dan iemand dacht.
Hoofdstuk 5 – Deel 1
Een luxe wenskaart, waardig voor sheriff én pionier.
Hoogwaardig gedrukt, zo scherp als een revolver op high noon.
Met bijgeleverde envelop, klaar voor de rit over de prairie.
Perfect voor verjaardagen, van cowboy tot ranchbaas.
Voeg je eigen persoonlijke boodschap toe, recht uit het hart… of uit de saloon.
Wat schrijf je voor een opa?
Wens hem gezondheid en mooie momenten toe.
Hoe feliciteer je iemand formeel?
Gebruik een nette en respectvolle tekst.
Hoe feliciteer je iemand informeel?
Schrijf spontaan en persoonlijk.
Waarom een handgeschreven kaart sturen?
Dat voelt persoonlijker dan een getypte boodschap.
Wat zijn grappige verjaardagswensen?
Luchtige teksten die een glimlach bezorgen.